columns

De klassiek opgeleide autodidact en zijn robotleraar

Gitaarspelen is mijn hobby, vioolspelen mijn vak. Ik heb vaak geprobeerd net zo met de viool om te gaan als met de gitaar. De voordelen van autodidact zijn te combineren met de voordelen van een klassieke opleiding lijkt me ideaal.

Ik wilde héél graag gitaar leren spelen. In de jaren zeventig gingen mijn zusje en ik mee naar alle feestjes waar mijn ouders naartoe gingen. In de zomer was er vaak een kampvuur met daaromheen pratende, zingende, drinkende en gitaarspelende mensen. Ik was acht jaar en ik had een kleine gitaar. Gevonden bij mijn oma in Amsterdam, in de gangkast. In het bovenblad stond onder het klankgat in kleine letters gebrandmerkt:’Wunderlich’. Ik heb altijd het gevoel gehad dat dit op de één of andere manier in tegenspraak was met de muziek die ik op de gitaar wilde spelen. Maar dat terzijde.
lees verder

Moet je hard werken om goed viool te leren spelen?

Het advies om vooral hard te werken is misschien wel het meest contraproductieve en ondidactische advies dat ik kon krijgen. Toen mijn leraren zeiden dat ik hard moest werken ben ik eigenlijk alleen maar heel veel en heel lang gaan werken. Het kostte me een enorme hoeveelheid tijd en energie om te leren dat dat niet persé het gewenste resultaat oplevert.

Het is eigenlijk nog veel erger. Als je het gevoel krijgt dat je hard moet werken is het tijd je methodes onder de loep te nemen. Het is een waarschuwing. Het is het moment waarop je contact begint te verliezen met de bron waaruit je tot dan toe geput hebt: de pure bevlogenheid om alles te doen wat nodig is om je doel te bereiken. En dan is het ook nog eens zo dat het woord ‘hard’ onprettig en rücksichtlos klinkt. Vaak gaan mensen vervolgens naar die onprettige ervaring op zoek en lijken pas tevreden te zijn als ze die in ruime mate hebben gevonden.
lees verder

Over techniek en fitness

Het studeren van viooltechniek moet je benaderen zoals fitness wordt benaderd. Fitness is een goed voorbeeld want iedereen snapt dat je door twee keer in de maand tien keer opdrukken geen spierballen krijgt. Het enige wat je daarmee bereikt is spierpijn en teleurstelling. Bovendien zul je je afvragen wat je bezielde. Veel violisten daarentegen lijken te denken dat voor het studeren van techniek iets anders geldt: af en toe heel hard oefenen en het wordt vast beter.
Eigenlijk valt er helemaal niet zoveel te studeren aan viooltechniek. Het enige wat je hoeft te doen is er elke dag aandacht aan schenken. Dan gebeurt er iets. Al na een week of twee, drie zul je flinke vorderingen hebben gemaakt. Het lijkt op iets als plantjes water geven of de vissen voeren: iedere dag gewoon even doen en ze gaan groeien (ik weet dat er verschillende soorten planten en vissen zijn!). Hoe veel tijd je er elke dag aan moet besteden is eigenlijk niet eens zo belangrijk. Een half uur is al gauw voldoende. Hoewel je het weekend vrij moet houden om blessures, routine en verveling te voorkomen schuilt de truuk schuilt in elke dag, maar dan letterlijk. Dat is het geheim.
Eén van de lastige dingen is natuurlijk dat veel violisten erg schrikken van de abonimabele staat van hun techniek als ze weer eens de moed hebben verzameld er aan te werken. Hoe zorg je ervoor dat je niet ontmoedigd raakt? Stap één zou moeten zijn: leer je zelf om niet onder de indruk te raken van de situatie. Als je in een chaos terecht komt is het uiteraard logisch dat je paniek of frustratie voelt. Je vraagt je wanhopig af: ‘hoe moet ik dit ooit op een goed niveau krijgen?’. Als je je bijvoorbeeld door de tertsentoonladders heen probeert te worstelen voelt het alsof je in een oerwoud gedropt bent. Maar net zoals het in een oerwoud onverstandig is om in paniek te raken en als een dolle heen en weer te gaan rennen om de uitgang te vinden is het in deze toestand evenmin verstandig. Ook de dappere neiging tot het analyseren van de technische problemen kun je in deze fase achterwege laten. Het enige wat nu telt is: relaxed blijven; fysiek en mentaal. Je kiest een klein stukje van het oerwoud en begint het rustig te ontginnen. Dat kan betekenen: het doorspelen van de tertsen van D groot en b klein. Als je het een half uurtje geprobeerd hebt ben je klaar, ongeacht de resultaten. Morgen probeer je het weer.
Wanneer je iets meer vertrouwt begint te raken met het dagelijks laten terugkomen van een bepaalde portie techniek ben je er klaar voor een plan te maken. Voor het maken van het plan hoef je alleen maar heel praktisch te zijn: er zijn 24 toonsoorten en het zou goed zijn als je die allemaal af en toe tegenkomt. Iedere week een andere toonsoort is dus niet zo handig want dan kom je alle toonsoorten maar twee keer per jaar tegen. Een eerste stap zou kunnen zijn: C groot en a klein, F groot en d klein: vier per week. In dit tempo laat je in zes weken alle toonsoorten voorbij komen. In de zevende, achtste en negende week is het tijd voor herhaling en een grotere portie. Je kunt nu acht toonsoorten per week de revue laten passeren. In week tien en elf herhaal je twaalf toonsoorten per week en in week twaalf herhaal je alles. Hierna kun je de cyclus opnieuw laten beginnen of in tegengestelde richting bewandelen. (zie schema)

Toonsoorten schema 12 weken

Over techniek en comfort

Als je wil dat je snelle vorderingen maakt op de viool, moet je behalve hard studeren op de noten zelf ook hard studeren op het fysieke comfort van het spelen. Veel mensen denken (en soms denken ze er zelfs helemaal niet over na): ‘nu is het nog moeilijk en voelt het niet prettig, maar dat komt later allemaal goed’. Of ze denken: ‘vioolspelen voelt nou eenmaal niet heel erg natuurlijk’. Maar als je in de techniek verkrampt of als je ergens pijn krijgt van het spelen, ben je op de verkeerde weg! Het klinkt misschien gek, maar dat is voor lang niet alle violisten vanzelfsprekend.
Iemand die heel goed heeft leren spelen, heeft zich bewust of onbewust ook sterk op het vervolmaken van het fysieke comfort van het vioolspelen toegelegd. Sommige violisten hebben zo’n comfortabele techniek dat het wel eens de indruk wekt dat ze het fysieke aspect van het vioolspelen laten prevaleren boven het gebruikelijke doel: het spelen van de muziek. Toch zijn de muzikale resultaten in die gevallen meestal geweldig. Het is namelijk een kip-en-het-ei verschijnsel. Wat is er eerst: een soepele, goed georganiseerde techniek of grote muzikale uitdrukkingsvaardigheid? De wens om je muzikaal steeds geraffineerder uit te kunnen drukken vereist een soepele en natuurlijke techniek en omgekeerd.
Dat kun je nadoen en je eigen maken. Net zo goed als dat je een loopje kunt studeren, kun je ook ‘fysiek comfort’ studeren. Je kunt je techniek bewust onderzoeken op knelpunten, je afvragen hoe je ze kunt verbeteren en oplossingen vinden. Je licht er iets uit en sleutelt er net zo lang aan tot het wél functioneert op een comfortabele manier.
Een andere manier is het veranderen van je mindset tijdens het studeren van het repertoire. Zorg ervoor dat je je muzikale doelen nastreeft bij de gratie van comfort. Oefen jezelf erin het fysieke gemak veel hoger op je verlanglijstje te zetten tijdens het studeerproces.

Over swingen

Niet swingende klassieke muziek wordt makkelijker geaccepteerd dan niet swingende pop. Voor de beste klassieke uitvoerders gaat dit natuurlijk niet op. Daarom is het een goed idee een voorbeeld te nemen aan deze mensen en ook te gaan swingen. Soms hoor ik iemand zich door een Brahms sonate heen worstelen en denk ik: ‘dat je klassieke muziek speelt is geen excuus om niet te swingen!’ En: zou deze violist hebben gedacht: ‘Ik ga eerst de noten maar eens leren spelen, daarna ga ik wel swingen!’? Jammer! Beter timen kan je juist helpen bij het leren spelen van de noten. Je komt er dan namelijk achter welke noten het belangrijkst zijn, zodat je leert om niet in iedere noot evenveel energie te stoppen.
Het spelen van popmuziek of wereldmuziek is voor het ontwikkelen van timing het perfecte hulpmiddel. Deze muzieksoorten zijn zó afhankelijk van timing dat ze zonder dat eenvoudigweg niet functioneren. Bij het instuderen van het vioolconcert van Tsjaikovsky wordt je gemakkelijk overrompeld door de enorme hoeveelheid noten en kun je vergeten dat het moet swingen. De meeste tango’s daarentegen storten na enkele noten als een plumpudding in elkaar als de juiste timing ontbreekt. Om van een houterig uitgevoerde vioolversie van een Michael Jackson hit nog maar te zwijgen.
Om toegang tot het universum van de swingende muzikanten te krijgen is het spelen van popmuziek, zigeunermuziek of tango een goed begin. Als je timing in deze technisch toegankelijker stijlen ontwikkelt kun je die ook toepassen in het klassieke repertoire. Je zult gewend raken aan een muzieksoort die meer op timing leunt dan de klassieke muziek lijkt te doen.

© 2016 Micha Molthoff