Stories behind my compositions, songs and translations

To prepare my work, I sometimes describe the events which led to the writing or editing of a composition or song in a short story. Here are a few: (soon to be translated in English)

Een elastieke band

Mijn nieuwe huis ligt tegen de dijk aan. Als ik de dijk opklim zie ik aan de overkant van de rivier een monsterlijke fabriek. Gele rook stoomt uit zijn schoorsteen. ‘s Nachts is hij hel verlicht en knippert wit en rood. Hij is gebouwd in de vorm van een kerk: de enorme langwerpige fabriekshal als middenschip, een wirwar van pijpen en buizen als zijschepen, de hoge schoorsteen een kerktoren. Een paar honderd meter links van de fabriek staat zijn voorbeeld, maar dan in het klein. Middenschip, zijscheepjes en de toren van het kerkje zijn in dezelfde windrichting gebouwd. De schoorsteen en de kerktoren zijn beide opgestoken middelvingers; die van de fabriek naar de natuur, die van de kerk naar God. Achter deze verdedigingswerken ligt op een heuvel de stad waar sinds kort mijn kinderen met hun moeder wonen.

lees verder

Kabouterschoentjes

Mijn opa bracht uit Marokko een paar vreemde schoentjes mee. Ik was drie jaar en hij reisde naar dat land om inkopen te doen voor het luxe Amsterdamse hotel waar hij werkte. Hij kocht servies, theepotten, meubilair en stoffen. Naast de dingen die hij nodig had nam hij ook een grote hoeveelheid andere spullen mee terug naar Nederland. Er was een djellebah voor ‘s nachts in de ijskoude woestijn, zó dik dat hij vreselijk zwaar was en bijna onmogelijk om aan te trekken. Als je hem aan had wilde je hem weer uit. Hij was gemaakt van heel dikke schapenwol en zag eruit als een soort plaggenhut met een capuchon. We kregen een leren speelgoed-kameeltje uit de enorme familie van kameeltjes in allerlei maten en kleuren. En mijn opa had een gevaarlijke kromme dolk gekregen van één van zijn nieuwe vrienden. Hij had altijd vrienden waar hij over praatte alsof wij ze zouden moeten kennen, terwijl we nog nooit van ze hadden gehoord. Grappig was dat hij het papieren weggooi-ondergoed dat hij soms op de reis had gedragen eens terugkreeg van de roomservice, keurig gestreken en opgevouwen. Maar van alle verhalen en spullen waren de merkwaardige schoentjes het schitterende middelpunt van de schat.
lees verder

Accordeon

Mijn vader was onderweg naar het politiebureau op het Mosveld in Amsterdam-Noord. Het was 1953 en mijn opa werkte daar als rechercheur. In een broodtrommeltje zat de lunch voor mijn opa en mijn toen negenjarige vader ging die afleveren. Onderweg kwam hij langs een café. Zoals ik het me voorstel met een naam in het kaliber van ‘De Roetetoeter’, en dan met live muziek, zoals dat vroeger veel gebruikelijker was, met een lage ruit waar je tussen de gedrapeerde vitrage door naar binnen kon kijken.
lees verder

Lekker weertje

Toen ik klein was dreven er matrassen en vuilniszakken in de Bloemgracht. De gracht was een soort vuilnisbak. Alles waar je van af wilde gooide je in de gracht. De Jordaan was nog vies. Je moest heel erg oppassen niet in de hondenpoep te stappen, veel meer dan nu. Tussen de auto’s kon je ook soms een junkie zien poepen. Alle stegen stonken naar pis. Er woonden nog arme mensen in de verkrotte huizen. Grachtenpanden waren gekraakt. Dat maakte niemand iets uit; wie wilde er nu in die ouwe troep wonen? Soms was het zelfs gevaarlijk. Surinamers waren nog eng omdat ze pas later beroemde voetballers zouden worden.
lees verder

Zakgeld

De jongetjes op het plein beneden me waren met stukken stoeptegel winkelwagentjes aan het bewerken.
Het schrille gebeuk weergalmde lelijk tussen de huizen. Soms gingen de twee jongetjes gelijk op en leken ze een identiek tempo gevonden te hebben, om elkaar weer spoedig te verliezen en syncopisch en chaotisch af te wisselen. Af en toe stopte er één om het muntstuk dat hij bevrijd had uit het slot van het winkelwagentje in z’n zak te stoppen. Het karretje kreeg dan bij wijze van afscheid een harde trap en ging struikelend een willekeurige richting uit om ergens om te vallen en tot stilstand te komen. Als het een mooie trap was geweest of het winkelwagentje op een grappige manier viel, werd er geklapt of waarderend geschreeuwd en gelachen. Zó oogsten mijn buurjongens hun wekelijkse zakgeld.
lees verder

© 2016 Micha Molthoff